Vanaf 2017 minder belasting over spaargeld

De belangrijkste maatregel die uit de herziening van het belastingstelsel is voortgekomen, is het door de coalitiepartijen VVD en PvdA overeengekomen akkoord over het verlagen van de belasting op spaartegoeden. Het doel van het kabinet met het doorvoeren van deze nieuwe maatregel is volgens staatssecretaris Wiebes “om het eerlijker te maken, door aan te sluiten bij de werkelijke rendementen die mensen halen”.

Heffingsdrempel verhoogd, heffingspercentage omlaag

Momenteel heft de fiscus belasting over gespaard geld vanaf 21.000 tot 100.000 euro, wat betekent dat iedereen met een spaartegoed onder de 21.000 euro geen belasting hierover hoeft te betalen. Deze drempel zal vanaf 2017, wanneer het nieuwe belastingstelsel van kracht gaat, worden verhoogd naar 25.000 tot 125.000 euro. Bovendien zal de vermogensrendementsheffing worden verlaagd van een virtuele 4 naar 2,9 procent. De hogere spaartegoeden, dat wil zeggen tussen de 125.000 en 1.025.000 euro, zullen daarentegen zwaarder worden belast, tegen een virtueel rendement van 4,7 procent. De schaal daarboven, namelijk vanaf 1.025.000 euro, zal tegen een percentage van 5,5 procent over het verwachte rendement belasting moeten betalen.

belasting spaargeld

3 miljoen meevallers

Ruwweg komt dit erop neer dat 3 miljoen belastingplichtige Nederlanders hiervan de vruchten zullen plukken en minder tot geen belasting hoeven af te dragen over het spaarvermogen. Het omslagpunt zal rond de 240.000 euro aan kapitaal liggen. Daartegenover staat dat deze maatregel voor circa 300.000 Nederlandse spaarders minder gunstig zal uitpakken. In deze gevallen bestaat het opgebouwde vermogen vaak niet alleen uit spaargeld, maar ook uit obligaties en aandelen die, zo oordeelde de overheid, ook meer opbrengen.

sparen goedkoper

Grip op de toekomst

Een bijkomend voordeel van deze maatregel kan wellicht zijn dat het tot meer rust en ruimte leidt in de financiële planning van consumenten en daarmee mogelijkheden biedt om andere financiële zaken op de lange termijn beter te kunnen regelen. Zaken die de Nederlander over het algemeen zo lang mogelijk uitstelt, zoals  blijkt uit een onderzoek van de AFM.